Duurzame alternatieven voor de bedrijfswagen

30/01/2026 - Publié par : FiduPress < Retour Duurzame alternatieven voor de bedrijfswagen

De bedrijfswagen was jarenlang een vaste pijler van het Belgische loonbeleid.

Vandaag dwingen klimaatdoelstellingenfiscale hervormingen en veranderende verwachtingen van werknemers ondernemingen om hun mobiliteitsbeleid grondig te herdenken.

Twee oplossingen winnen daarbij duidelijk aan belang:

het mobiliteitsbudget
de bedrijfsfiets

Van wagen naar keuzevrijheid

Sinds de afschaffing van de mobiliteitsvergoeding (“cash for car”) in 2021 is het mobiliteitsbudget uitgegroeid tot het referentiestelsel.

Het systeem, ingevoerd in 2019, laat werknemers toe om:

  • hun bedrijfswagen in te ruilen voor een jaarlijks budget;
  • verschillende mobiliteitsoplossingen te combineren;
  • of een deel van het budget als nettobedrag te ontvangen.

De kern van het concept is flexibiliteit: mobiliteit afgestemd op de werkelijke noden van de werknemer.

Drie pijlers, één kader

Het mobiliteitsbudget is wettelijk opgebouwd rond drie complementaire pijlers.

1️⃣ Een wagen, maar enkel nog emissievrij

De eerste pijler laat nog steeds een bedrijfswagen toe, maar het kader wordt aanzienlijk strenger.

Vanaf 1 januari 2026 zijn binnen deze pijler uitsluitend nog toegelaten:

  • volledig elektrische wagens;
  • waterstofwagens.

Hybride voertuigen en wagens met een verbrandingsmotor verdwijnen volledig uit het mobiliteitsbudget.

Dit past binnen het bredere beleid rond de vergroening van het professioneel wagenpark.

2️⃣ Duurzame mobiliteit in brede zin

De tweede pijler vormt het hart van het mobiliteitsbudget.

Sinds 2022 werd het begrip “duurzame mobiliteit” aanzienlijk uitgebreid.

Onder deze pijler vallen onder meer:

  • openbaar vervoer (abonnementen en tickets);
  • fietsen, inclusief elektrische fietsen en speedpedelecs;
  • gedeelde mobiliteit (deelwagens);
  • lichte vervoermiddelen zoals steps en andere voortbewegingsmiddelen;
  • mobiliteitskosten voor het woon-werkverkeer (parkeren bij openbaar vervoer, voetgangerspremie);
  • abonnementen voor gezinsleden die onder hetzelfde dak wonen.

Wonen als mobiliteitsoplossing

Ook huisvestingskosten kunnen als duurzame mobiliteit worden beschouwd, op voorwaarde dat de werknemer dicht bij de vaste werkplaats woont.

Sinds 2022 kunnen worden opgenomen:

  • huur;
  • interesten;
  • kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening.

De maximale afstand tussen woonplaats en werkplek bedraagt 10 kilometer.

3️⃣ Het resterende budget in geld

Het niet-bestede deel van het mobiliteitsbudget kan worden uitbetaald in cash.

Deze uitbetaling:

  • is vrijgesteld van personenbelasting;
  • maar onderworpen aan een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage.

Het gaat dus om een specifiek nettovoordeel, los van het gewone loon.

Fiscale en sociale behandeling

Voor de werknemer

  • het mobiliteitsbudget is fiscaal vrijgesteld;
  • enkel bij privégebruik van een wagen (pijler 1) blijft een voordeel van alle aard (VAA) van toepassing.

Voor de werkgever

  • uitgaven onder pijler 2 en 3 zijn volledig aftrekbaar;
  • kosten voor een wagen onder pijler 1 blijven onderworpen aan de klassieke aftrekregels voor autokosten.

Toegankelijker dan ooit

Verschillende beperkende voorwaarden zijn intussen afgeschaft:

  • geen wachttijd meer om in te stappen;
  • geen koppeling meer aan een specifieke functiecategorie.

Het mobiliteitsbudget is vandaag breed inzetbaar, ook voor kmo’s.

Hoe wordt het mobiliteitsbudget berekend?

Sinds 2024 kan de werkgever kiezen tussen twee berekeningsmethodes:

  • op basis van de reële kosten van de bedrijfswagen;
  • via een forfaitaire methode, bedoeld om het systeem te vereenvoudigen.

De wettelijke grenzen blijven:

  • minimum: 3.000 EUR per jaar;
  • maximum:
    • 20 % van het brutojaarloon;
    • met een absoluut plafond van 16.000 EUR per kalenderjaar.

De bedrijfsfiets: eenvoudig en fiscaal optimaal

Naast het mobiliteitsbudget is de bedrijfsfiets één van de meest efficiënte alternatieven voor de bedrijfswagen.

Het begrip fiets wordt ruim geïnterpreteerd en omvat:

  • klassieke fietsen;
  • elektrische fietsen;
  • speedpedelecs;
  • andere gelijkgestelde voertuigen geschikt voor woon-werkverkeer.

Voordelen voor de werknemer

  • geen voordeel van alle aard, zelfs bij privégebruik;
  • recht op een vrijgestelde fietsvergoeding.

Voor aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025):

  • 0,36 EUR per kilometer;
  • maximaal 3.610 EUR per jaar vrijgesteld.

Er zijn geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd.

Voordelen voor de werkgever

De kosten van een bedrijfsfiets zijn in principe 100 % fiscaal aftrekbaar, waaronder:

  • aankoop of leasing;
  • onderhoud en herstellingen;
  • accessoires (helm, slot, regenkledij);
  • uitbetaalde fietsvergoedingen.

Voorwaarde is wel dat de fiets effectief en regelmatig wordt gebruikt voor het woon-werkverkeer.

De mobiliteit van werknemers evolueert snel. Het mobiliteitsbudget biedt maatwerk en flexibiliteit, terwijl de bedrijfsfiets een onmiddellijk toepasbare en fiscaal zeer aantrekkelijke oplossing vormt.

Retour